Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8879.
10. In dit standpunt kan ik de steller van het middel niet volgen. Indien twijfel rijst of art. 51 Sv is nageleefd staat het de (appèl)rechter, dunkt mij, vrij om te onderzoeken of er in de desbetreffende strafzaak werkelijk sprake is geweest van optreden van een raadsman. Zo dat niet het geval blijkt te zijn geweest kan bezwaarlijk worden volgehouden dat zich een schending van art. 51 Sv heeft voorgedaan. Dat wordt niet anders in geval zich in het dossier stukken bevinden die de officier van justitie of de rechter in eerste aanleg de indruk hadden kunnen geven dat er een raadsman in de zaak optrad. Zelfs dan kan achteraf worden vastgesteld dat die raadsman in werkelijkheid niet in de desbetreffende procedure is opgetreden, zodat hem geen stukken zijn onthouden die te zijner kennis gebracht hadden moeten worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72167cd19b7b9b00b9dc7f41199db8339ec605c2a8d3e2f6f7b8fc7254b365d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72167cd19b7b9b00b9dc7f41199db8339ec605c2a8d3e2f6f7b8fc7254b365d5, en de alinea staat in dat document op bytes 12642 tot 13479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72167cd19b7b9b00b9dc7f41199db8339ec605c2a8d3e2f6f7b8fc7254b365d5 | shasum -a 256