Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8903.

12. Het hof heeft overwogen dat bij de bepaling van de straf rekening is gehouden met aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. In de uitwerking van deze kennelijk als inleiding bedoelde algemene zinsnede komt verdachtes persoon alleen nog aan de orde voor zover het gaat om het voorkomen van strafbare feiten in de toekomst: daarom wordt een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf opgelegd, daarom wordt aan verdachte als bijzondere voorwaarde opgelegd dat hij zich zal gedragen naar door de reclassering te geven aanwijzingen, ook indien deze inhouden dat verdachte zich onderwerpt aan ambulante therapie. Het hof is dus noch uitdrukkelijk noch impliciet ingegaan op het beroep op detentieongeschiktheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee3e49c8c23df02e8640bc837baeb5f0552e21e35f2b815ad262e08399f3227b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee3e49c8c23df02e8640bc837baeb5f0552e21e35f2b815ad262e08399f3227b, en de alinea staat in dat document op bytes 12627 tot 13426.