Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8903.
15. Het voorgaande was mogelijk anders gelopen wanneer de verdachte geruime tijd in voorlopige hechtenis had doorgebracht en niet, zoals nu, niet meer dan twee dagen in verzekering. Dan zou zijn raadsman ruimschoots op de hoogte hebben kunnen zijn van de (on)mogelijkheden van het gevangeniswezen om de door de advocaat-generaal genoemde maatregelen te treffen. Zou hij dan bij dupliek hebben volstaan met de opmerking dat hij persisteerde bij zijn standpunt, dan had hij kennelijk geen weerwoord op hetgeen de advocaat-generaal bij repliek tegen zijn verweer inbracht. In die omstandigheden had het hof mogen aannemen dat het beroep op detentieongeschiktheid niet zo ernstig gemeend was, dat daarop in het arrest had moeten worden ingegaan. Zo werkt een proces nu eenmaal, ook een strafproces.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee3e49c8c23df02e8640bc837baeb5f0552e21e35f2b815ad262e08399f3227b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee3e49c8c23df02e8640bc837baeb5f0552e21e35f2b815ad262e08399f3227b, en de alinea staat in dat document op bytes 14311 tot 15118.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee3e49c8c23df02e8640bc837baeb5f0552e21e35f2b815ad262e08399f3227b | shasum -a 256