Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8923.

10. De onrechtmatigheid die de Rechtbank heeft vastgesteld, gelegen in de onbevoegdheid van de Duitse opsporingsambtenaren om [betrokkene] op Nederlands grondgebied aan te houden, tast niet de vaststelling aan dat [betrokkene] in Nederland bleek te verblijven. Die vaststelling moet worden aangemerkt als de feitelijke grondslag voor het verzoek tot het verrichten van op inbeslagneming gerichte doorzoekingen. Daarom kan de door de Rechtbank geconstateerde onrechtmatigheid in de aanhouding van [betrokkene] naar mijn inzicht niet meebrengen dat de uitvoering van het verzoek om rechtshulp in strijd zou komen met fundamentele beginselen van Nederlands strafprocesrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cc28f38c042b7630302f4ab996b80a027725f7dcc5308bbb9eb3c7b6146833c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cc28f38c042b7630302f4ab996b80a027725f7dcc5308bbb9eb3c7b6146833c, en de alinea staat in dat document op bytes 10124 tot 10808.