Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8923.

12. Naar mijn inzicht verdient het de voorkeur - mede gelet op de geruime tijd dat de uitvoering van het rechtshulpverzoek inmiddels is opgehouden - dat de Hoge Raad de zaak zelf afdoet door op de voet van art. 448 Sv op het verzoek van de rechter-commissaris te beslissen. Dat lijkt mij mogelijk te zijn, aangezien uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken aanstonds opgemaakt kan worden dat de toepasselijke verdragsvoorschriften en het bepaalde in art. 552l Sv geen wezenlijke belemmeringen voor de inwilliging van het rechtshulpverzoek opwerpen, terwijl die inwilliging niet voert tot strijdigheid met fundamentele beginselen van Nederlands strafprocesrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cc28f38c042b7630302f4ab996b80a027725f7dcc5308bbb9eb3c7b6146833c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cc28f38c042b7630302f4ab996b80a027725f7dcc5308bbb9eb3c7b6146833c, en de alinea staat in dat document op bytes 10928 tot 11605.