Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8923.

Met name wijs ik er op dat uit het door het Staatsanwaltschaft Hamburg gedane rechtshulpverzoek van 23 augustus 2000 blijkt dat het verzoek betrekking heeft op de vervolging ter zake van feiten die aanleiding tot uitlevering kunnen geven. Overigens is de uitlevering van [betrokkene] reeds toelaatbaar verklaard. Een daartegen gericht cassatieberoep heeft de Hoge Raad op 30 oktober 2001 verworpen (griffienummer 00460/01 U, LJN AD4620). Voorts blijkt uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken dat de Minister van Justitie met het oog op de fiscale aard van de delicten waarop dit rechtshulpverzoek ziet de in art. 552m, derde lid, Sv vereiste machtiging heeft gegeven, en dat er geen reden is het in art. 552p, derde lid, Sv bedoelde voorbehoud te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cc28f38c042b7630302f4ab996b80a027725f7dcc5308bbb9eb3c7b6146833c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cc28f38c042b7630302f4ab996b80a027725f7dcc5308bbb9eb3c7b6146833c, en de alinea staat in dat document op bytes 11613 tot 12384.