Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9028.
3.2. Opmerking verdient dat de wet niet alleen in art. 279 en art. 331 Sv een machtiging eist indien de verdachte zijn raadsman voor hem wenst te doen optreden. Gewezen kan worden op de art. 450, eerste lid, Sv en 452, eerste lid, Sv betreffende het aanwenden van rechtsmiddelen en het indienen van schrifturen door een advocaat. Het machtigingsvereiste steunt op de gedachte dat de verdachte, alvorens een machtiging te verstrekken, een keuze maakt, onder meer wat betreft de aard en de omvang van de handelingen die zijn raadsman namens hem dient te verrichten. Dit betekent dat de verdachte gehouden kan worden aan hetgeen de raadsman ingevolge de verstrekte machtiging namens hem heeft gedaan en nagelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7fb705b5519be0e7b2547c2b133a0729ac66b735b67d5aef9c5fe492ebbedc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7fb705b5519be0e7b2547c2b133a0729ac66b735b67d5aef9c5fe492ebbedc9, en de alinea staat in dat document op bytes 6310 tot 7034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7fb705b5519be0e7b2547c2b133a0729ac66b735b67d5aef9c5fe492ebbedc9 | shasum -a 256