Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9043.
Aangezien het hoger beroep van de officier van justitie zich primair richt tegen de vergaande afwijzing door de rechtbank van deze vordering, heeft het hof ter terechtzitting van 9 januari 2001 vooreerst de toelaatbaarheid van de gevorderde wijziging aan de orde gesteld, omdat de daarover te nemen beslissing in belangrijke mate medebepalend is voor de omvang van het in hoger beroep te verrichten feitenonderzoek. De advocaat-generaal heeft dienaangaande gerequireerd dat de in eerste aanleg op 23 december 1999 gevorderde wijziging van de tenlastelegging door het hof alsnog in haar geheel wordt toegestaan. De raadsman van verdachte heeft zich tegen toewijzing van de vordering verzet aangezien naar zijn oordeel daarmee de tenlastelegging - kort samengevat - mede betrekking zou hebben op andere voorvallen, andere handelingen en een ander tijdsbestek dan de oorspronkelijke tenlastelegging en ook een ander strafrechtelijk verwijt zou gaan inhouden; alsdan zou er geen sprake meer zijn van hetzelfde feit in de zin van art. 68 van het Wetboek van Strafrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67b59ad3e3d8a4dbc4efd25309001913f0056b36356219c5e519ded7a016867d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67b59ad3e3d8a4dbc4efd25309001913f0056b36356219c5e519ded7a016867d, en de alinea staat in dat document op bytes 6758 tot 7835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67b59ad3e3d8a4dbc4efd25309001913f0056b36356219c5e519ded7a016867d | shasum -a 256