Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9045.

4.3. Uit de inhoud van deze bewijsmiddelen in onderling verband beschouwd heeft de politierechter kunnen afleiden dat verdachte zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. De politierechter heeft immers uit die bewijsmiddelen kunnen opmaken dat verdachte 's nachts heeft gereden met een snelheid van minstens 170 km/uur, dat hij achter tegen een vrachtwagen is gereden en dat die vrachtwagen 85 à 90 km/uur heeft gereden. Uit deze gegevens volgt dat verdachte zó hard reed dat hij zijn auto niet tijdig heeft kunnen afremmen tot zodanige snelheid dat hij een botsing met een in dezelfde richting langzamer rijdend voertuig kon voorkomen, laat staan dat hij in staat is geweest zijn auto tijdig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover de weg vrij - dus ook van voorrijders - was. Als het eerste voor verdachte niet mogelijk was dan zeker het tweede niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e20ecf22b4e306977dbfed83bde3815d9d7da3bfcf7cf217afd06502a147d3bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e20ecf22b4e306977dbfed83bde3815d9d7da3bfcf7cf217afd06502a147d3bc, en de alinea staat in dat document op bytes 9233 tot 10288.