Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9045.
6.3. Het lijdt geen twijfel dat het tweede lid de gevallen bestreek waarin de bestuurder tegen een stilstaand of kruiselings bewegend obstakel rijdt, zoals een kerende vrachtwagen of een stilstaande trekker of de achterste auto van een stilstaande file.(6) Artikel 49 lid 2 RVV vormde echter ook wel eens de basis voor een vervolging van de bestuurder die tegen een voor hem uit rijdende andere weggebruiker was gereden of die aan de bumper van een voorrijder had 'gekleefd'.(7) Men zal dan moeten redeneren zoals Remmelink in enige conclusies van zijn hand aangaf; dat op grond van de ervaringsregels mag worden aangenomen dat de bestuurder zijn voertuig niet tijdig tot stilstand zou hebben kunnen brengen als zijn voorligger plotseling was gestopt.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e20ecf22b4e306977dbfed83bde3815d9d7da3bfcf7cf217afd06502a147d3bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e20ecf22b4e306977dbfed83bde3815d9d7da3bfcf7cf217afd06502a147d3bc, en de alinea staat in dat document op bytes 18203 tot 18970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e20ecf22b4e306977dbfed83bde3815d9d7da3bfcf7cf217afd06502a147d3bc | shasum -a 256