Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 december 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 3 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9053.

Ik heb mij nog afgevraagd of er niet een parallel getrokken dient te worden met HR NJ 1996, 735, en of ook niet aan de vervangende hechtenis in het kader van de schadevergoedingsmaatregel een dermate bezwarend karakter toekomt dat deze als straf in de zin van art. 359 lid 7 Sv dient te worden aangemerkt. Die vraag dient mijns inziens ontkennend te worden beantwoord. Het verschil tussen de vervangende hechtenis die wordt verbonden aan de schadevergoedingsmaatregel en de vervangende hechtenis die de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kracht bijzet is dat de eerste in vergelijking met de tweede een beperkte maximumduur kent. Voorts voorziet art. 24c Sr in tegenstelling tot art. 24d Sr in een wettelijke maatstaf aan de hand waarvan de hoogte van het te betalen bedrag de maximumduur bepaalt. Weliswaar kent art. 36f in zijn zesde lid een vergelijkbare bepaling als art. 24d lid 2 Sr, maar die overeenkomst acht ik onvoldoende gewichtig in relatie tot de genoemde verschillen om de doorslag te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b71a08e8344453a4320ced22e1b189df35cfcfc06c371dd02de66db6729afa8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b71a08e8344453a4320ced22e1b189df35cfcfc06c371dd02de66db6729afa8, en de alinea staat in dat document op bytes 14733 tot 15765.