Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9064.

28. In de passage waarop de steller van het middel kennelijk doelt, werd de vraag beantwoord of het begrip vormverzuim in het op 2 november 1996 in werking getreden art. 359a Sv ook ziet op onrechtmatig optreden in ruime zin zoals bedoeld in het Zwolsmanarrest (HR 19 dec. 1995, NJ 1996, 249, m.nt Sch). Zowel het Zwolsmancriterium als het na het wijzen van dat arrest ingevoerde art 359a Sv zien op vormverzuimen bij de opsporing. De Hoge Raad overwoog dat uit de wetsgeschiedenis van art 359a Sv blijkt dat de wetgever een ruim begrip "vormverzuim" voor ogen had en dat daaronder met name ook zijn begrepen normschendingen bij de opsporing. Maar een zo ruim geformuleerde invulling als waarop de steller van het middel zich thans beroept, te weten een uitbreiding naar de niet op de opsporing in de onderhavige zaak betrekking hebbende vervolgingsbeslissing ten aanzien van andere verdachten, valt in HR NJ 1999, 565 niet te lezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12f37b24ffc4bd40f286e6e587ca1f658f2b484d67e3e937187eb57da1106e87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12f37b24ffc4bd40f286e6e587ca1f658f2b484d67e3e937187eb57da1106e87, en de alinea staat in dat document op bytes 18353 tot 19299.