Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9241.
3.13. De man is ervan uitgegaan dat voor een vordering tot periodieke verrekening op grond van een nieuw Amsterdams verrekenbeding een verjaringstermijn van vijf jaar als bedoeld in art. 3:308 BW geldt. Ook de regering gaat uit van die termijn(19). Ingevolge art. 3:320 jo. 3:321, lid 1 onder a, BW worden verjaringstermijnen die tijdens het huwelijk verstrijken van rechtswege verlengd tot zes maanden na de beëindiging van het huwelijk. Voor de verrekenvorderingen die bij het eindigen van het huwelijk ouder dan vijf jaren waren, leidt deze regel ertoe dat de verjaringstermijn wordt verlengd tot zes maanden na de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers. Bij de totstandkoming van de wet van 14 maart 2002 heeft de wetgever deze termijn van zes maanden te kort geacht. In lid 6 van het nieuwe art. 1:141 BW is daarom bepaald:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f41aaf60f389fee6b433366620f26e29f20f2b7a55b076dfe748b1d63340da8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f41aaf60f389fee6b433366620f26e29f20f2b7a55b076dfe748b1d63340da8, en de alinea staat in dat document op bytes 38419 tot 39294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f41aaf60f389fee6b433366620f26e29f20f2b7a55b076dfe748b1d63340da8 | shasum -a 256