Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9243.

Middelonderdeel 1.6 betoogt dat de erkenning weliswaar in iedere vorm kan worden gedaan maar dat wél de eis moet worden gesteld dat van die erkenning ondubbelzinnig blijkt; het Hof heeft - aldus dit middelonderdeel - kennelijk ten onrechte niet deze maatstaf aangelegd, hetgeen - aldus het middel - kan worden afgeleid uit de omstandigheden die het Hof in aanmerking neemt en die zijn te vinden in rechtsoverweging 13.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890, en de alinea staat in dat document op bytes 28151 tot 28583.