Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9243.

12. Middelonderdeel 1.5 bestrijdt, zoals gezegd, het door het Hof tot het zijne gemaakte oordeel van de Rechtbank dat de mededelingen van Winterthur in de hiervoor onder 2 viii en 2 x genoemde brieven van 22 april 1991 en 13 augustus 1991, in samenhang met de conclusies van prof. Sijbrandij, als een erkenning door Winterthur van de aansprakelijkheid van [eiser] moeten worden opgevat. Bij de beoordeling van dit middelonderdeel moet in aanmerking worden genomen dat de Rechtbank in haar door het Hof onderschreven overwegingen oordeelde dat de erkenning van aansprakelijkheid door Winterthur de strekking had dat [eiser] jegens [verweerster] aansprakelijk was voor de schade die zij had geleden en nog zou lijden als gevolg van de knieoperaties, zij het dat nog geen (algehele) overeenstemming was bereikt ten aanzien van het causale verband tussen de door Sijbrandij geconstateerde (invaliditeits)schade en de door [eiser] verrichte knieoperaties nu Winterthur in haar brief van 22 april 1991 bij haar mededeling dat zij zich geheel kon vinden in de conclusies van Sijbrandij verwees naar de beide door Sijbrandij genoemde invaliditeitspercentages met de mededeling dat mede rekening moet worden gehouden met de reeds voor de operaties bestaande klachten. Het door het Hof overgenomen oordeel van de Rechtbank geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en het is niet onbegrijpelijk. In haar brief van 22 april 1991 heeft Winterthur immers aan [verweerster] bericht dat haar medische adviseur zich geheel kon vinden in de conclusies van de op verzoek van Winterthur aangezochte deskundige Sijbrandij. De Rechtbank is kennelijk en terecht ervan uitgegaan dat [verweerster] deze mededeling in die zin heeft opgevat en ook mocht opvatten dat ook Winterthur zelf de conclusies van prof. Sijbrandij onderschreef. De Rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat uit het door Sijbrandij opgestelde rapport moest worden afgeleid dat Sijbrandij zowel de operatie aan de linker knie als die aan de rechter knie niet geïndiceerd achtte. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk nu Sijbrandij in zijn rapport met betrekking tot de operatie aan de linker knie concludeerde dat deze operatieve ingreep niet gangbaar en niet verdedigbaar was omdat de linker knie geen last veroorzaakte en de pre-operatieve röntgenfoto evenmin pathologische veranderingen liet zien, terwijl Sijbrandij met betrekking tot de operatie aan de rechter knie concludeerde dat in het algemeen afwijkingen als die aan de rechter knie van [verweerster] - afhankelijk van de klachten - conservatief worden behandeld, dat het waarschijnlijk is dat de bij [verweerster] geconstateerde patellofemorale arthrosis van de rechter knie wel enige progressie te zien zou hebben gegeven als er geen ingreep zou zijn verricht, dat niet goed voorspelbaar is tot welke mate van invaliditeit dit geleid zou hebben doch dat het wel waarschijnlijk is dat [verweerster] haar werk als onderwijzeres en haar sportieve activiteiten, zoals bergwandelingen, nog lange tijd zou hebben kunnen voortzetten als er geen knieoperaties zouden zijn verricht; in dat verband verdient voorts nog aantekening dat Sijbrandij het percentage blijvende invaliditeit van het linker been schatte op 9% en dat van het rechter been op 11 %. De Rechtbank heeft in haar door het Hof onderschreven overwegingen niet miskend dat nog geen (algehele) overeenstemming was bereikt ten aanzien van het causale verband tussen de door Sijbrandij geconstateerde (invaliditeits)schade en de door [eiser] verrichte operaties nu Winterthur in haar brief van 22 april 1991 meedeelde dat mede rekening moet worden gehouden met de reeds voor de operaties bestaande klachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890, en de alinea staat in dat document op bytes 32451 tot 36139.