Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9243.
In rechtsoverweging 13 gaat het Hof in op de stelling van [eiser] dat geen aansprakelijkheid van [eiser] jegens [verweerster] bestaat omdat uit de uitspraak van het Gerechtshof te 's Gravenhage d.d. 29 oktober 1991 in het beroep van [eiser] tegen de uitspraak van het Medisch Tuchtcollege, alsmede uit de verslagen van onder anderen de deskundigen Hermans en Speeckaert, kan worden afgeleid dat [eiser] jegens [verweerster] geen verwijtbare fouten heeft gemaakt; deze stelling heeft [eiser] aangevoerd in het kader van zijn bestrijding van de oordelen waartoe de Rechtbank kwam in haar eerste tussenvonnis onder 4.2 en 4.3 (het Hof spreekt ten onrechte van de overwegingen 4.2 t/m 4.4). Die oordelen hielden in - zoals gezegd - dat Winterthur namens [eiser] aansprakelijkheid heeft erkend door de erkenning dat de door [eiser] uitgevoerde operaties niet geïndiceerd waren en dat deze erkenning de strekking had dat in het vervolg tussen [verweerster] en [eiser] zal gelden dat [eiser] jegens [verweerster] voor de schade aansprakelijk is die zij als gevolg van de operaties aan haar knieën heeft geleden en in de toekomst zal lijden; de Rechtbank overwoog voorts dat [eiser] jegens [verweerster] aan deze erkenning is gehouden zodat hij zich in het onderhavige geding niet meer erop kan beroepen dat hij geen kunstfout heeft gemaakt, een overweging waartegen overigens in hoger beroep geen expliciete grief is gericht. De Rechtbank heeft in haar tweede tussenvonnis in rechtsoverweging 2.2 vooropgesteld dat wordt voorbijgegaan aan de door [eiser] in zijn conclusies na het eerste tussenvonnis herhaalde betoog dat hij niet aansprakelijk kan worden gehouden nu de ingreep aan de rechter knie volgens de destijds geraadpleegde deskundigen terecht werd uitgevoerd; dit, omdat daaromtrent in dat tussenvonnis zonder voorbehoud is beslist, zodat als uitgangspunt heeft te gelden dat de operatie aan de linker knie en die aan de rechter knie zonder (voldoende) indicatie zijn uitgevoerd. Het Hof heeft in rechtsoverweging 12 overwogen dat de Rechtbank terecht en op goede gronden in haar eerste tussenvonnis onder 4.2 t/m 4.4 (lees: 4.3) tot de door [eiser] in hoger beroep bestreden oordelen is gekomen. Daarmee onderschreef het Hof het oordeel van de Rechtbank dat Winterthur namens [eiser] aansprakelijkheid heeft erkend in die zin dat [eiser] een kunstfout heeft gemaakt door over te gaan tot operatief ingrijpen aan de linker en aan de rechter knie zonder dat daartoe (voldoende) indicatie bestond en dat deze erkenning de strekking had dat in het vervolg tussen [verweerster] en [eiser] zal gelden dat [eiser] jegens [verweerster] aansprakelijk is. Rechtsoverweging 13 waarin het Hof ingaat op de stelling van [eiser] dat hij niet aansprakelijk is omdat hij geen kunstfout(en) heeft gemaakt, is dan ook in zoverre te beschouwen als overweging ten overvloede, althans als overweging die niet met succes in cassatie kan worden bestreden omdat rechtsoverweging 12 de verwerping van de tegen de rechtsoverwegingen 4.2 en 4.3 aangevoerde grieven zelfstandig draagt zodat het cassatieberoep tegen rechtsoverweging 13 moet stranden wegens gebrek aan belang. Vergelijk in dit verband nog het hiervoor reeds genoemde arrest HR 10 januari 1992, NJ 1992, 606, MMM, waarin werd beslist dat wanneer een verzekeraar tot zijn erkenning van aansprakelijkheid is gekomen op grond van een rapport van een door hem ingeschakelde deskundige, de enkele omstandigheid dat nadien (een) andere deskundige(n) een andere visie omtrent de aansprakelijkheid geeft (geven) (of het eerdere onderzoek als ondeugdelijk aanmerkt) niet voldoende is voor een ander oordeel omtrent de gebondenheid en ook niet voor een beroep op dwaling omdat de omstandigheid dat het rapport van de deskundige achteraf onjuist (of ondeugdelijk) wordt bevonden krachtens de in het verkeer geldende opvattingen in de verhouding tot de derde voor rekening van de verzekeraar en diens verzekerde komen. Middelonderdeel 6 moet daarom in zijn geheel falen, wat er overigens zij van de daarin tegen 's Hofs dertiende rechtsoverweging vervatte klachten en van 's Hofs bestreden overweging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890, en de alinea staat in dat document op bytes 36491 tot 40636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890 | shasum -a 256