Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9243.

24. Ook deze middelonderdelen falen. Middelonderdeel 3.2 mist feitelijke grondslag nu het Hof niet uit de brief van het USZO van 18 februari 1997 heeft afgeleid dat [verweerster] niet al eerder dan 1 juni 1986 arbeidsongeschikt was dan wel aan knieklachten lijdende was. Het betoog dat tegenbewijs moet worden toegelaten ook als geen bewijsaanbod is gedaan, faalt. Het Hof heeft kennelijk in het algemene bewijsaanbod zoals geformuleerd op blz. 14 van de memorie van grieven en weergegeven onder rechtsoverweging 20 van 's Hofs arrest, niet opgevat als een aanbod ook op de onderhavige punten (tegen)bewijs te leveren; dat oordeel behoefde geen motivering. Bovendien ziet de klacht dat het Hof tegenbewijs had moeten toelaten eraan voorbij dat de in de memorie van grieven vervatte stelling dat de door [eiser] verrichte knieoperaties niet - zoals de Rechtbank had vastgesteld - tot een verslechtering van de gezondheidssituatie van [verweerster] had geleid en dat [verweerster] al zeer geruime tijd vóór 1 juni 1986 arbeidsongeschikt was voor een functie als onderwijzeres, zich niet verdraagt met de erkenning door Winterthur namens [eiser] (door onderschrijving van de conclusies van het rapport van prof. Sijbrandij) dat de door [eiser] verrichte knieoperaties niet gendiceerd waren omdat de linkerknie geen last gaf en geen afwijking vertoonde en het waarschijnlijk is dat [verweerster] bij een conservatieve behandeling van de rechterknie haar werk als onderwijzeres en haar sportieve activiteiten zoals bergwandelingen nog lange tijd zou hebben kunnen voortzetten. Voorts wordt eraan voorbijgezien dat het Hof niet ervan is uitgegaan dat [verweerster] vóór de litigieuze operatieve ingrepen geen afwijkingen aan de rechter knie had. Daaraan doet niet af dat het Hof heeft vastgesteld dat [verweerster] geen "klachten" aan de rechter knie had. Het Hof heeft immers het oordeel van de Rechtbank onderschreven dat de erkenning van aansprakelijkheid, die was gebaseerd op onderschrijving van de conclusies van prof. Sijbrandij die melding maakt van reeds vóór de operatie bestaande afwijkingen aan de rechter knie, de strekking had dat in het vervolg tussen [verweerster] en [eiser] zou gelden dat [eiser] jegens [verweerster] aansprakelijk was voor de schade die zij als gevolg van de operaties had geleden en zou lijden doch dat geen (algehele) overeenstemming was bereikt ten aanzien van het causale verband tussen de door prof. Sijbrandij geconstateerde (invaliditeits)schade en de door [eiser] verrichte operaties; zoals hiervoor reeds aan de orde kwam, achtte de Rechtbank een deskundigenbericht noodzakelijk om vast te stellen welke beperkingen [verweerster] als gevolg van de beide operaties ondervindt en in hoeverre de vast te stellen beperkingen leiden tot (volledige) arbeidsongeschiktheid waarbij de Rechtbank overwoog dat uiteraard in de rapportage tevens aandacht zal moeten worden besteed aan de beperkingen die [verweerster] (ook) zou hebben ondervonden als zij bedoelde operaties niet zou hebben ondergaan. Daarbij zij overigens wel bedacht dat prof. Sijbrandij, zoals gezegd, heeft vastgesteld dat de linkerknie van [verweerster] vóór de litigieuze ingreep geen enkele afwijking vertoonde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5282acbdb00f9f157c96110562186409f6b32310052e570c136abce1905a890, en de alinea staat in dat document op bytes 48879 tot 52111.