Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9249.

Dat er in dit geval in concreto sprake zou zijn van een ongeoorloofde ingreep in de "gezonde" mededinging heeft het hof klaarblijkelijk niet aannemelijk geoordeeld. Omdat de nadere feitelijke onderbouwing van het onderhavige argument weinig gedetailleerd is geweest, ontbreken aanknopingspunten om in cassatie te kunnen onderzoeken of het hof hierbij een juiste maatstaf heeft aangelegd. Dat keert zich tegen [eiser] c.s.: het is namelijk aan hun om ingang te doen vinden dat het hof in dit opzicht wèl van een onjuiste maatstaf is uitgegaan. Dat blijkt dus niet; en gegeven de sobere onderbouwing van het onderhavige argument in de feitelijke instanties is er ook geen grond voor de klacht dat het hof de beoordeling daarvan nader had moeten motiveren - al was het maar omdat ik niet zou weten wat daar, tegen deze achtergrond, méér over had kunnen worden gezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807, en de alinea staat in dat document op bytes 71171 tot 72052.