Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9249.

21. Er zijn wel literatuurvindplaatsen waarin wordt gesuggereerd dat de leer uit de zojuist in voetnoot 18 aangehaalde arresten geen opgeld meer zou doen (of niet meer onverkort zou worden aangehangen)(19). Ik heb geen aanwijzingen in de rechtspraak aangetroffen die aan die gedachte krachtige steun verlenen (het feit dat het arrest HR 28 februari 1997, NJ 1999, 732(20) (het eerste arrest van de Hoge Raad waarin ook de rechtsverhouding van SKV met "haar" aangeslotenen aan de orde was), verwijst naar HR 15 mei 1970, NJ 1970, 327 en niet naar de latere arresten uit de genoemde voetnoot, lijkt mij geen doorslaggevend bewijs voor de stelling dat de Hoge Raad de leer uit de betreffende arresten - van betrekkelijk kort voordien - zou willen "bijstellen").

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807, en de alinea staat in dat document op bytes 21795 tot 22567.