Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9249.

22. Blijkens de arresten van 26 januari 1990, NJ 1991, 393 m.nt. MS onder NJ 1991, 394 ("Windmill"), 22 oktober 1993, NJ 1995, 717 m.nt. MS, rov. 3.3 en 7 oktober 1994, NJ 1995, 719 m.nt. MS, rov. 4.4, legt daarbij het nodige gewicht in de schaal, in hoeverre de overheid datgene wat langs privaatrechtelijke weg wordt nagestreefd, ook langs publiekrechtelijke weg kan bereiken; in die zin dat, als dat het geval is, het bestaan van de publiekrechtelijke weg een belangrijke aanwijzing vormt dat het bewerkstelligen van (ongeveer) hetzelfde resultaat met andere middelen als "oneigenlijk" moet worden beschouwd, en dus niet geoorloofd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807, en de alinea staat in dat document op bytes 23071 tot 23723.