Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9249.
Scheltema heeft er al in zijn noot onder NJ 1991, 394 op gewezen dat ook rekening moet worden gehouden met het omgekeerde geval: namelijk dat de overheid grijpt naar privaatrechtelijke middelen, juist omdat de publiekrechtelijke middelen om een gewenst doel te bereiken onbruikbaar zijn of tekort schieten(21). Dat legt, denk ik, inderdaad de vinger op een gevoelige plek: er zal juist dan behoefte bestaan aan een "tweede weg", als aan het bewandelen van de andere (publiekrechtelijke) weg bezwaren kleven - en veel minder, als langs die (andere) weg met vergelijkbare inspanningen een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt. Maar juist in dat geval - het eerstgenoemde geval - dringt zich tegelijk de vraag op, of het geoorloofd is om met privaatrechtelijke middelen te verwezenlijken wat met publiekrechtelijke middelen niet kan - of is het: niet mag? - worden verwezenlijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807, en de alinea staat in dat document op bytes 23731 tot 24626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807 | shasum -a 256