Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9249.

32. Uitgaande van de veronderstelling dat een privaatrechtelijk systeem dat erop is toegesneden om een (hoogst) ongewenst verschijnsel zoals hier ter discussie staat - ik bedoel: toepassing van verboden stoffen bij het voederen van vee - effectief tegen te gaan, op zo'n manier zal moeten worden ingericht dat het een maximum van de betrokken rechtsgenoten omvat, waaronder in elk geval diegenen die zonderdien misschien tot het misbruik dat men wil tegengaan zouden worden verleid, stuit men dadelijk op de vraag of zo'n systeem niet, onvermijdelijkerwijs, een beperking van de mededinging betekent, en daardoor op mededingingsrechtelijke bezwaren stuit. Dit is een tweede aspect (als in alinea 28 hiervóór bedoeld) dat door [eiser] c.s.- zij het in het wat andere verband van art. 93 lid 5 WBO - is benadrukt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2f2296a81452298870556dddc388f38935d8fc139cb8a6911c4fc01c395807, en de alinea staat in dat document op bytes 34025 tot 34852.