Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9250.

Voorzover het subonderdeel dit over het hoofd heeft gezien, mist het feitelijke grondslag. Voorzover het subonderdeel het vorenstaande heeft verdisconteerd, maar verdedigt dat deze grondslag in het verdere debat tussen partijen is prijsgegeven(20), loopt het erop vast dat het hof de processtukken klaarblijkelijk aldus heeft gelezen, dat die grondslag door [verweerster] is gehandhaafd. Deze uitleg is niet onbegrijpelijk. Weliswaar heeft het partijdebat zich steeds meer toegespitst op de eerste twee in art. 6:228 lid 1 genoemde dwalingsgronden, maar dit betekent niet dat de aanstonds mede aan de vordering ten grondslag gelegde derde grond (wederzijdse dwaling) is prijsgegeven. Voor een verdere toetsing van 's hofs oordeel is in cassatie geen ruimte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1baa747c45153e2043d8842ed2b6f393815a73df1431eea0ea73b8d46dde8f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1baa747c45153e2043d8842ed2b6f393815a73df1431eea0ea73b8d46dde8f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 22431 tot 23201.