Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9250.
Het subonderdeel komt met een viertal argumenten op tegen 's hofs beslissing om het beroep van Nuon op het exoneratiebeding weliswaar op zichzelf toelaatbaar te achten, maar niettemin te oordelen dat daarmee de vordering tot aanpassing van de overeenkomst wegens dwaling niet kan worden afgeweerd. Het hof overwoog daartoe (rov. 4.5.5) dat het ten tijde van het tot stand komen van dat beding geldende recht niet de thans in art. 6:230 lid 2 BW geregelde bevoegdheid kende. En daarom ligt het niet voor de hand, aldus nog steeds het hof, om aan te nemen dat partijen met dit beding hebben beoogd deze mogelijkheid tot wijziging van hun overeenkomst uit te sluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1baa747c45153e2043d8842ed2b6f393815a73df1431eea0ea73b8d46dde8f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1baa747c45153e2043d8842ed2b6f393815a73df1431eea0ea73b8d46dde8f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 46429 tot 47107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1baa747c45153e2043d8842ed2b6f393815a73df1431eea0ea73b8d46dde8f5a | shasum -a 256