Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9253.
Voorts heeft de kantonrechter het door [verweerster] aangehaalde spreekwoord uitgelegd als een verlangen tot matiging van de boete, liefst tot nihil (r.o. 3.5). Ten aanzien hiervan heeft de kantonrechter als volgt overwogen. Voor het antwoord op de vraag in hoeverre de boete voor matiging in aanmerking komt, moet zij vergeleken worden met de werkelijke schade van [eiser] en met het contractuele belang (r.o. 3.7). Evenals [eiser] zelf al heeft aangegeven staat een boete van f. 4.750,- per dag niet meer in reële relatie tot zijn werkelijk geleden schade, aldus de kantonrechter (r.o. 3.6). Evenmin staat een gevorderde boete van f. 188.000,- naar zijn oordeel in een reële verhouding tot de koopsom van f. 190.000,-.(10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f, en de alinea staat in dat document op bytes 18171 tot 18911.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f | shasum -a 256