Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9253.

Vervolgens overweegt de kantonrechter dat nu matiging klaarblijkelijk door de billijkheid wordt vereist, de boete gematigd wordt tot f. 20.000,- (r.o. 3.8). Daartoe stelt hij dat er niet minder mag worden toegekend dan schadevergoeding op grond van de wet. Voorts stelt hij dat [eiser] weliswaar heeft gerefereerd aan zijn werkelijk geleden schade, maar dat hij geen bedrag heeft genoemd. Volgens de kantonrechter kan de vermogensschade van [eiser] naar billijkheid niet groter zijn dan f. 20.000,-. Terzijde wordt nog opgemerkt dat het bezigen van de werkelijk geleden schade als matigingsgrond door [eiser] ervan uitgaat dat de gevorderde boete in de plaats treedt van schadevergoeding op grond van de wet. Hieruit volgt dan weer, aldus de kantonrechter, dat [eiser] geen beroep kan doen op art. 12 lid 2, laatste volzin, van het koopcontract en dat [verweerster] dus niet een afzonderlijke vordering tot schadevergoeding wegens verzuim heeft te verwachten. Bij de matiging van de boete is de kantonrechter hiervan uitgegaan (r.o. 3.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f, en de alinea staat in dat document op bytes 20271 tot 21322.