Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9253.
26) Volgens onderdeel 1.4 heeft de rechtbank blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting voor zover zij haar oordeel dat het verzuim heeft geduurd tot 18 mei 1998 (mede) heeft doen steunen op haar overweging dat de kennisgeving van [verweerster] door [eiser] klaarblijkelijk ook zonder meer is aanvaard. Het onderdeel stelt dat het aannemen door de schuldeiser van een kennisgeving van de schuldenaar geenszins impliceert dat gesproken kan worden van aanvaarding van een behoorlijk aanbod in de zin van art. 6:86, laat staan van aanvaarding van de daaropvolgende vertraging in het leveren van de veschuldigde prestatie. Voor zover de rechtbank in de brief van (de raadsman van) [eiser](15) van 20 mei 1998 een daad van aanvaarding heeft gemeend te moeten zien, berust de overweging op onjuiste interpretatie van de gedingstukken. De genoemde brief behelst niet meer dan een kennisgeving aan de kantonrechter en een voorstel aangaande het verdere procesverloop, waarnaast uit- en nadrukkelijk de bij brief van 12 mei 1998 geformuleerde vorderingen worden gehandhaafd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f, en de alinea staat in dat document op bytes 37487 tot 38570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f | shasum -a 256