Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9253.
Voor zover het onderdeel betoogt dat het oordeel van de rechtbank over de alinea's 57 e.v. van de memorie van antwoord onbegrijpelijk is, wordt het naar mijn mening met succes voorgesteld. Die passage kan m.i. niet anders worden begrepen dan als een klacht tegen de voormelde beslissing van de kantonrechter en de daaraan ten grondslag liggende motivering in r.o. 3.7. In de memorie van antwoord (zie reeds terstond nr. 57) wordt immers aanspraak gemaakt op de boete zoals in het contract geregeld (waarbij dus bedacht moet worden dat de boete volgens art. 12 lid 2 van de overeenkomst in afwijking van art. 6:92 lid 2 verschuldigd is naast de wettelijke schadevergoeding), zij het gematigd tot een bedrag van f. 50.000,-. Verdere matiging wordt niet redelijk geacht (nr. 58, met beroep op de bij toepassing van art. 6:94 lid 1 BW vereiste terughoudendheid). De gehele passage wordt vervolgens ten grondslag gelegd aan de in nr. 61 voorgedragen incidentele grief, inhoudende dat de kantonrechter ten onrechte de boetevordering heeft beperkt tot f. 20.000,-. Weliswaar heeft [eiser] de door hem gevorderde boete in hoger beroep ook in verband gebracht met de door hem gestelde schadeposten, maar dat is tegen de achtergrond van de beslissing van de kantonrechter verklaarbaar. M.i. mag niet spoedig worden aangenomen dat het leggen van een dergelijk verband de strekking zou hebben van een verlangen om een boete die is bedongen naast de wettelijke schadevergoeding, te stellen in plaats van de wettelijke schadevergoeding, terwijl ook de beslissing om - uitgaande van die indeplaatsstelling - de boete te matigen tot het bedrag van de schade (zie art. 6:94 lid 1 slot), m.i. méér motivering verdient dan de rechtbank in casu heeft gegeven. Om deze redenen, en mede gelet op de stellingen van [eiser] in de eerste instantie, waarin hij één- en andermaal aanspraak heeft gemaakt op de bedongen boete of een gedeelte daarvan (zie hiervóór de nrs. 8, 10 en 13), is het oordeel van de rechtbank m.i. zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f, en de alinea staat in dat document op bytes 41803 tot 43858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76bc3c15f7a97776bb0470ed985edb734786d28cc25289be3c787521bc98c99f | shasum -a 256