Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.

"[Verweerder] voert bij memorie van antwoord primair aan dat [eiser] c.s. niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun appel omdat zij daarbij geen belang hebben. In eerste aanleg zijn immers gedaagd v.o.f. Bon Appetit, alsmede haar vennoten [eiser] c.s. Uit de appeldagvaarding en uit de memorie van grieven blijkt dat het appel beperkt is tot de oorspronkelijke gedaagden sub 2 en 3. De uitspraak van de Kantonrechter te Maastricht d.d. 14 oktober 1998 heeft daarmee ten opzichte van gedaagde sub 1 gezag van gewijsde gekregen. Uit artikel 18 van boek 1 Wetboek van Koophandel vloeit voort dat gedaagden voor de nakoming van dit vonnis jegens [verweerder] hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 6065 tot 6773.