Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.

5) Het cassatiemiddel berust op de o.a. in HR 18 december 1959, NJ 1960, 121 m.nt. HB tot uiting komende leer dat de schuldeisers van een vennootschap tegen de vennoten twee samenlopende vorderingsrechten hebben, te weten een vorderingsrecht tegen de gezamenlijke vennoten, dat verhaalbaar is op het vennootschappelijk vermogen en waartegen de vennoot de hem persoonlijk toekomende verweermiddelen niet kan aanvoeren, en daarnaast een vorderingsrecht tegen de vennoot persoonlijk(1). De rechtbank zou, volgens (de steller van) het middel, hebben miskend dat dit meebrengt dat vennoten er belang bij kunnen hebben om rechtsmiddelen aan te wenden tegen een ten laste van hen persoonlijk uitgesproken vonnis betreffende een vennootschapsschuld, ook als de vennootschap in een veroordeling terzake van dezelfde schuld (heeft) berust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 7914 tot 8756.