Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.

8) Daaruit vloeit, denk ik, voort dat een vennoot er alleen dan belang bij heeft om tegen een hem persoonlijk betreffende veroordeling terzake van een overigens onherroepelijk vaststaande schuld van "zijn" vennootschap in het geweer te komen, als er een deze vennoot persoonlijk betreffende omstandigheid kan worden aangevoerd die in de weg staat aan de aansprakelijkheid die overigens voortvloeit uit het vaststaan van de schuld van de vennootschap en zijn hoedanigheid van vennoot daarin. Ik zou menen dat het niet aangaat dat individuele vennoten hun aansprakelijkheid voor vennootschapsschulden kunnen betwisten op gronden die ook de vennootschap zelf kon aanvoeren (en die de vennootschap in het onderhavige geval ook heeft aangevoerd), maar die in een procedure tegen de vennootschap definitief zijn verworpen. Anders gezegd: staat een schuld ten opzichte van de vennootschap onherroepelijk vast, dan staat die schuld ook ten opzichte van de vennoten vast tenzij die zich (kunnen) beroepen op persoonlijke verweren zoals hiervóór bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 10412 tot 11472.