Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.

9) De andere opvatting zou meebrengen - en dat is ook waar [eiser] c.s. in deze zaak naar toe willen - dat over dezelfde vordering en dezelfde ("vennootschappelijke") verweren daartegen, anders zou kunnen worden geoordeeld in de zaak tegen de vennootschap, dan gedaan wordt in zaken tegen de individuele vennoten. Dat lijkt mij onverenigbaar met de gebondenheid die men als vennoot accepteert, als onderdeel van het pakket van voor- en nadelen die verbonden zijn met het als collectiviteit in het rechtsverkeer optreden in de vorm van een vennootschap. (Omgekeerd denk ik overigens dat ook crediteuren die hun vordering tegen een vennootschap afgewezen hebben gezien, geen aanspraak zouden mogen maken op een "herkansing" door vervolgens op dezelfde gronden een of meer individuele vennoten aan te spreken).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 11492 tot 12312.