Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.
11) In het verlengde van het zojuist gezegde lijkt mij ook niet aannemelijk dat er bij veroordeling van een vennootschap sprake is van een veroordeling van een hoofdelijk verbonden debiteur, die in dit verband als een zelfstandige debiteur naast de (hoofdelijk verbonden) individuele vennoten mag worden aangemerkt. Een vennootschap wordt weliswaar in het rechtsverkeer tot op grote hoogte als zelfstandige entiteit beoordeeld, maar een vennootschap is geen rechtspersoon(6). Het is een aan het rechtsverkeer deelnemend samenwerkingsverband, waaraan het recht een aantal belangrijke gevolgen verbindt - maar het is in juridisch opzicht geen individu. Het is een door het recht in bepaalde opzichten erkende collectiviteit, die gevormd wordt door de gezamenlijke vennoten. Een vorderingsrecht ten laste van een vennootschap is in materieel opzicht een vorderingsrecht ten laste van de gezamenlijke vennoten(7) (en in het geval van een v.o.f. volgt dan uit art. 18 K dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn - naast elkaar als medevennoten, maar niet naast de vennootschap, die immers als rechtssubject niet erkend wordt).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 14049 tot 15187.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364 | shasum -a 256