Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.

12) Zoals in het hiervóór gezegde al impliciet doorklinkt, hebben [eiser] c.s. in deze zaak geen verweren aangevoerd die hen (of een hunner) persoonlijk betreffen. Er is in eerste aanleg één verweer gevoerd namens alle gedaagden. Dat verweer betrof aspecten van de arbeidsverhouding tussen [verweerder] en de vennootschap, en hield (dus) niets in omtrent persoonlijke, slechts (bepaalde) individuele vennoten betreffende omstandigheden. In appel zijn argumenten aangevoerd die alle (slechts) bij het in eerste aanleg gevoerde verweer aansloten - dus opnieuw geen argumenten die de individuele vennoten betroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 15833 tot 16462.