Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9261.

2 Zie naast de eerder aangehaalde arresten bijv.Wery, Hoofdzaken Maatschap Vennootschap onder Firma en Commanditaire Vennootschap, 2001, p. 90 e.v.; Huizink, Contractuele samenwerkingsvormen in beroep en bedrijf, 2000, p. 67 e.v.; Mohr, Van Maatschap, Vennootschap onder Firma en Commanditaire Vennootschap, 1998, p. 146 e.v.; Personenassociaties (losbl.), Slagter, p. vof I - 325 e.v. (zie §2.8. Merkwaardigerwijs wordt in deze paragraaf overigens een standpunt verdedigd dat haaks staat op de bij HR 3 december 1972, NJ 1972, 117 m.nt. GJS aanvaarde regel dat een tegen alle individuele vennoten verkregen veroordeling terzake van een vennootschapsschuld wèl tegen het vermogen van de vennootschap ten uitvoer kan worden gelegd, ook al is de vennootschap zelf niet als procespartij in het geding betrokken geweest.); Mohr in Doornebal c.s., Personenvennootschappen en aanverwante rechtsvormen (losbl.), p. Alg. deel V.3 10 - 13; Asser-Maeijer 5-V, 1995, nr. 177.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a3c4fc260bf5fdbbcced30495de88c029c385050ddaf46485cb3598c0c7364, en de alinea staat in dat document op bytes 19394 tot 20374.