Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9391.

1.3. Aan deze vorderingen hebben de eisende partijen samengevat ten grondslag gelegd dat Juresta Card jegens haar onrechtmatig, immers in strijd met art. 9a Advocatenwet en art. 435 Sr, handelt door de naam "Juresta Advocaten" te voeren hoewel Juresta Card zelf geen advocaat is en evenmin personen in dienst heeft die tot het voeren van de titel advocaat bevoegd zijn. Voorts hebben zij gesteld dat de handelwijze van Juresta Card is te beschouwen als misleidende reclame in de zin van art. 6:194 onder i BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba, en de alinea staat in dat document op bytes 6653 tot 7175.