Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9391.
1.4. Juresta Card heeft primair aangevoerd dat de Raad van Toezicht geen zelfstandige procesbevoegdheid heeft. Inhoudelijk heeft Juresta Card het verweer gevoerd dat, voor zover de vordering is gegrond op art. 9a Advocatenwet, de norm niet is overtreden omdat de juridische dienstverlening die via Juresta Card kan worden verkregen wordt verleend door althans onder de feitelijke leiding van personen die gerechtigd zijn de titel advocaat te voeren. De strafbepaling in art. 435 Sr heeft daarnaast geen zelfstandige normstellende betekenis. Voor zover de vordering is gegrond op art. 6:194 BW, heeft Juresta Card aangevoerd dat de behartiging van de belangen van consumenten niet aan de (plaatselijke) Orde van Advocaten is toevertrouwd in de zin van art. 3:305b BW. Voor zover de vordering is gegrond op art. 6:194 BW handelt Juresta Card niet onrechtmatig jegens de Orde. Voor zover de norm van art. 6:194 BW mede ziet op de bescherming van de beroepsgroep (de gezamenlijke advocaten in het arrondissement Zutphen) tegen oneerlijke concurrentie, heeft Juresta Card in eerste aanleg aangevoerd dat dit belang niet wordt geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba, en de alinea staat in dat document op bytes 7195 tot 8338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba | shasum -a 256