Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9391.

3.3. Art. 3:305a, eerste lid, BW bepaalt dat een stichting of een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een rechtsvordering kan instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. Die bepaling is hier niet van toepassing. Art. 3:305b BW bepaalt dat een rechtspersoon als bedoeld in art. 2:1 BW een rechtsvordering kan instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover hem de behartiging van deze belangen is toevertrouwd(4). Welke belangenbehartiging aan de Orden van Advocaten is toevertrouwd moet worden afgeleid uit de Advocatenwet. Relevant zijn de volgende bepalingen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4eb08a72c51f2270d7f59dd4f1aec1647404dd261ea0bc1832cf9a1555beba, en de alinea staat in dat document op bytes 13156 tot 13892.