Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9400.

Zoals gezegd dient de executierechter zich te richten naar het door de bodemrechter gewezen vonnis, zoals dit naar zijn oordeel dient te worden uitgelegd. In zijn vonnis van 22 maart 2000 trad het gerecht niet op als bodemrechter, maar als executierechter. Het subonderdeel strekt blijkbaar ten betoge dat aan dit vonnis toch een bijzonder gezag moet worden toegekend omdat het is gewezen door dezelfde rechter die ook het bodemvonnis voor zijn rekening nam. Dit standpunt kan niet als juist worden aanvaard. In het executiegeschil mocht het hof, als beroepsinstantie, zijn eigen oordeel wel degelijk in de plaats stellen voor het oordeel van de rechter in eerste aanleg, ook onder de bijzondere omstandigheden waarop het subonderdeel doelt. Bij de uitleg van een rechterlijk vonnis gaat het immers niet om de subjectieve bedoelingen van de rechter die dat vonnis wees, maar om de uitleg die daaraan naar objectieve maatstaven moet worden gegeven, gelet op de formulering en opbouw van dat vonnis, in zijn geheel gelezen.(10) Het subonderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00e263a925f1ab297a77cd4995f1d428e7dccaf2a2128eb7a762f37aa034e463. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00e263a925f1ab297a77cd4995f1d428e7dccaf2a2128eb7a762f37aa034e463, en de alinea staat in dat document op bytes 19980 tot 21042.