Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9402.
Waar het om de oproeping van partijen gaat ligt in de rede dat de regel die in art 438 lid 4 is neergelegd, ook naar het voorheen bestaande recht - en dan in het bijzonder het hier toegepaste art. 604 jo art 598j Rv - al van algemene gelding was, al stond dat niet met zoveel woorden in de wetsartikelen die hier zijn toegepast. Gezien het gewicht van het beginsel van rechterlijk gehoor is nauwelijks anders denkbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828, en de alinea staat in dat document op bytes 20129 tot 20560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828 | shasum -a 256