Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9402.
De president heeft in de onderhavige zaak niet vastgesteld dat dit het geval zou zijn, en het hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat horen van de executant - zoals het LBIO ook uitdrukkelijk aan de president had verzocht - met het oog op de urgentie van de zaak niet onverantwoord was. Dan is er inderdaad geen aanleiding om van het beginsel af te wijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828, en de alinea staat in dat document op bytes 21322 tot 21692.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828 | shasum -a 256