Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9402.

19. In alinea 1.7 van de toelichting bij het middel wordt, denk ik, een onjuiste uitleg gegeven aan de door het hof gevolgde gedachtegang. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat wat de president bij de behandeling van [verzoekers] verzet in de morgen van 12 september 2001 heeft laten weten, niet mocht worden opgevat als een definitief oordeel op de voet van art. 598j Rv (oud). Dat oordeel heeft de president, in de zienswijze van het hof, pas later op 12 september gegeven, toen de kwestie hem, na de namens [verzoeker] gedane betaling opnieuw - of alsnog - werd voorgelegd. Bij die gelegenheid, waar het dus ging om het effectief toepassen van art. 598j Rv (oud), is nader gehoor van het LBIO achterwege gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbef6529b7875713a5061e608ef96c0c0873a5308665bcb2d553b5b6946a828, en de alinea staat in dat document op bytes 24798 tot 25529.