Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0108.

5.26. Nu de vaststelling van wat de vakman in een octrooischrift leest van feitelijke aard is en als zodanig in cassatie onaantastbaar is, en de gedachtegang van het hof in het licht van het uitgebreide citaat (de aangehaalde regels 3-19 op p. 4) m.i. begrijpelijk is, acht ik de onderhavige motiveringsklacht onaannemelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93, en de alinea staat in dat document op bytes 45368 tot 45705.