Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 174 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0108.

5.40. Volgens onderdeel II.A.5 heeft het hof een essentiële stelling van Syntex, in de CvA in interventie onder 5, over het hoofd gezien. Aldaar heeft Syntex gewezen op 'tabel 1 van het octrooi waarin een continue afgifte wordt getoond van de actieve bestanddelen gedurende minimaal 24 dagen (in de rat) en meer dan 30 dagen (in de rhesus-aap)'. Syntex heeft toen gesteld: 'indien conclusie 1 slechts betrekking zou hebben op de 'microbubbles' als omschreven door Debiopharm, zou er geen of slechts minimale afgifte plaatsvinden aan het begin omdat het actieve bestanddeel zich binnen de capsule zou bevinden, gevolgd door een 'catastrofale' afgifte na de hydrolyse van de schil van polymeer of een deel daarvan'. Deze stelling is, aldus het onderdeel, herhaald in punt 30 van de pleitnota van Van Nispen en Van den Broek en niet bestreden door Debiopharm.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93, en de alinea staat in dat document op bytes 59115 tot 59985.