Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 180 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0108.
5.43. Onderdeel II.A.6 klaagt dat het hof in r.o. 9 ook geen inzicht geeft in zijn gedachtegang wat betreft de afweging van een billijke bescherming voor de octrooihouder enerzijds en een redelijke rechtszekerheid voor derden anderzijds. Het onderdeel acht het arrest ook in dit opzicht niet naar behoren gemotiveerd. Het hof had, zo stelt het onderdeel, als omstandigheid in ogenschouw moeten nemen, datgene waarin naar het wezen van de zaak de geoctrooieerde uitvinding bestaat, althans het wezen van de geoctrooieerde uitvinding zoals dit uit de conclusies van het octrooischrift in het licht van de beschrijving naar voren komt, althans de mate waarin de geoctrooieerde uitvinding vernieuwing heeft gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93, en de alinea staat in dat document op bytes 61617 tot 62343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be1edcc0d8ca6c1da24b4251e90397a728302681329a5bd639b1e8556d9dfd93 | shasum -a 256