Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0155.
Bij pleidooi in appel heeft de OR zich in dit verband nader beroepen op het verslag van de overlegvergadering van 21 december 1999.(28) Volgens dit verslag heeft de bestuursvoorzitter van Holland Casino, die zich overigens op het standpunt stelde dat de OR althans op dat moment geen instemmingsrecht met betrekking tot de Pilots (Lopend Toezicht en Cameraproef) toekwam, gezegd dat "het uiteindelijk genomen besluit (...) uiteraard onderhevig (is) aan advies- en instemmingsplicht" (p. 5/6) en dat "(h)et principiële verschil van mening is: waar begint het instemmingsrecht, vóór aanvang van een proef of vóór het nemen van een besluit tot uitvoering ná evaluatie van een proef" (p. 7; het is overigens niet geheel duidelijk of de bestuursvoorzitter dan wel de bestuurssecretaris deze opmerking heeft gemaakt). De OR heeft zich op het standpunt gesteld dat de ondernemer niet in het kader van een procedure op een reeds verstrekte instemmingsbevoegdheid kan terugkomen. Hij heeft zich daartoe beroepen op vaste rechtspraak van de ondernemingskamer van het hof Amsterdam dat, indien tussen de ondernemer en de ondernemingsraad kennelijk overeenstemming bestaat dat over een bepaald besluit op de voet van art. 25 WOR advies moet worden gevraagd, de ondernemer daarop niet zonder meer kan terugkomen.(29) Als de ondernemingsraad advies is gevraagd en de ondernemingsraad reeds heeft geadviseerd, is volgens deze rechtspraak onder meer van belang of de ondernemer met betrekking tot het adviesrecht enig voorbehoud heeft gemaakt.(30) Eenzelfde benadering volgde de rechtbank Amsterdam in een eveneens door de OR genoemde uitspraak, toen de ondernemer op het instemmingsrecht van een onderdeelcommissie trachtte terug te komen na die commissie ongeclausuleerd en diverse malen te hebben verzocht met het voorgenomen besluit in te stemmen; volgens de rechtbank verzetten de redelijkheid en billijkheid zich ertegen dat de ondernemer, nadat hij de gevraagde instemming niet had verkregen, zich er bij de kantonrechter op beriep dat aan de ondernemingsraad geen instemmingsrecht toekwam. (31)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56, en de alinea staat in dat document op bytes 38014 tot 40119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56 | shasum -a 256