Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0155.
2.17 Zo de betrokken stellingen van de OR al niet impliceerden dat op voet van art. 32 lid 2 WOR een instemmingsrecht ter zake van de Normen en de Pilot aan de OR was toegekend (daarop zou de door de OR gebruikte term "verstrekt" kunnen wijzen), dienden zij naar mijn mening in elk geval aldus te worden opgevat, dat het Holland Casino onder de gegeven omstandigheden (en in het bijzonder in het licht van hetgeen in de overlegvergadering van 21 december 1999 was besproken) niet vrijstond zich in rechte op het ontbreken van een (wettelijke) instemmingsbevoegdheid te beroepen. Aldus opgevat zijn de betrokken stellingen inderdaad essentieel en mocht het hof daaraan niet zonder meer voorbijgaan. Ik acht het onderdeel daarom gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56, en de alinea staat in dat document op bytes 40176 tot 40924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56 | shasum -a 256