Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0155.
33 De toepasselijkheid van art. 2:8 BW op de verhouding tussen ondernemer en ondernemingsraad is niet onomstreden. Zie o.m. Asser-Maeijer 2-III, 2e druk (2000), p. 671 en de noten van M.G. Rood en J.J.M. Maeijer bij hof Amsterdam 26 november 1987, TVVS 1988, nr. 88/2, p. 54 resp. NJ 1989, 271, m.nt. Ma; volgens Maeijer wordt de verhouding tussen de ondernemer en de ondernemingsraad door redelijkheid en billijkheid beheerst, alhoewel dit z.i. niet rechtstreeks op art. 2:8 BW kan worden gebaseerd. Zie voorts rechtbank Rotterdam 4 november 1994, NJ 1996, 311, waarin de ondernemingsraad tot de in art. 2:8 BW bedoelde betrokkenen bij de organisatie van de rechtspersoon werd gerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56, en de alinea staat in dat document op bytes 52374 tot 53075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa8c04eb5ac2f7b1e01404aa11a842dded83befdbd7bcc71eedf4b04f358ef56 | shasum -a 256