Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0198.

Zürich heeft aan haar vordering tegen de notaris ten grondslag gelegd dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld doordat hij de door haar beschikbaar gestelde gelden heeft aangewend voor een ander doel dan waarvoor deze waren bestemd, althans dat de notaris in strijd met de op hem jegens Zürich rustende zorgvuldigheidsplicht heeft nagelaten om bij Zürich naar de bestemming van die gelden te informeren. Zürich verwijt de notaris voorts dat deze heeft verzuimd vast te stellen dat de transacties (in elk geval de bedrijfsoverdracht) nietig zijn wegens strijd met art. 2:207c BW en dat hij over het hoofd heeft gezien dat, ingevolge art. 17 Wet Assurantiebemiddeling, een portefeuilleoverdracht zoals voor hem verleden de toestemming behoeft van de verzekeraar, althans dat hij heeft nagelaten Zürich te attenderen op het ontbreken van die toestemming. Zürich heeft betoogd dat haar vordering per 1 november 1995 f 1.945.187,55 inclusief verschuldigde rente en buitengerechtelijke kosten bedraagt, dat dit bedrag dient te worden vermeerderd met de contractuele rente en dat in mindering op de vordering kan worden gebracht hetgeen Zürich ontvangt bij de uitwinning van de aan haar verpande portefeuille.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91c2ea7a1aed8c2b5a2a35fcab089770f805650b98ea26fc564b6462331f6d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91c2ea7a1aed8c2b5a2a35fcab089770f805650b98ea26fc564b6462331f6d8, en de alinea staat in dat document op bytes 9339 tot 10564.