Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0203.

1.12 De klacht van het Land (onderdeel 3), dat het hof in de rechtsoverwegingen 3.29-3.31 van zijn vonnis de inhoud van artikel 1 LTU had gewijzigd en daarmee is getreden in hetgeen is voorbehouden aan de wetgever, heeft de Hoge Raad afgewezen (rov. 5.3). De aangevallen overwegingen en het dictum van het hof moeten naar het oordeel van de Hoge Raad aldus worden verstaan dat het hof de vordering van [eiser] c.s. voorzover deze is ingesteld door degenen die door het hof in zijn overwegingen en dictum zijn aangeduid, heeft toegewezen in dier voege dat het ten aanzien van hen de bepalingen van de LTU die naar het oordeel van het hof verdragsrechtelijk verboden discriminatie opleveren, buiten toepassing heeft gelaten. Aldus oordelend is het hof volgens de Hoge Raad binnen de grenzen van zijn rechterlijke taak gebleven en heeft het voorzien in de gevraagde effectieve rechtsbescherming overeenkomstig de, ook voor het Land klaarblijkelijk duidelijke, strekking van de vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/666e1c39e83d95f9b4045eb628293828a080518415a0f7b084b79274e952aaa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 666e1c39e83d95f9b4045eb628293828a080518415a0f7b084b79274e952aaa6, en de alinea staat in dat document op bytes 12420 tot 13417.